Op het moment dat een tunnel er in de nacht uitziet als een soort oven, is er iets mis met de reling van de verlichting. Deze moet afhankelijk van de hoeveelheid licht buiten de tunnel dimmen en uitschakelen om zo voor een goed evenwicht tussen die twee lichtniveaus te zorgen. Dit zijn ingewikkelde en instellingsgevoelige installaties die regelmatig opnieuw moeten worden afgesteld.

In het ingangsdeel van de tunnel is overdag heel veel licht nodig om ervoor te zorgen dat de ingang er bij volle zon niet uitziet als een zwart gat. Dit is het meest kritische deel van de tunnelverlichting en kost helaas bij het toepassen van kunstlicht veel energie. Aan de andere kant zorgt het ervoor dat de weggebruikers veilig de tunnel kunnen inrijden.